Urineweginfecties en het microbioom: de rol van darm, blaas en probiotica
Urineweginfecties behoren tot de meest voorkomende bacteriële infecties in Nederland. De oorsprong ligt vaak in de darm.

De helft van alle vrouwen krijgt ooit te maken met een urinewefinfectie, tegenover 10% van de mannen. Bij een flink deel van de vrouwen keert de infectie steeds terug. Lange tijd werd een blaasontsteking gezien als een probleem van de blaas zelf. Inmiddels weten we dat de oorsprong vaak in de darm ligt. Dat opent nieuwe deuren, zeker nu antibioticaresistentie toeneemt.
Wat is een urineweginfectie?
Een urineweginfectie (UWI, in het Engels urinary tract infection (UTI)) is een ontsteking van de urinebuis, blaas, urineleider of nieren. Een blaasontsteking komt het meest voor. Bacteriën dringen via de urinebuis de blaas binnen en nestelen zich in het slijmvlies. Typische klachten zijn vaak plassen, een branderig gevoel, troebele urine en pijn in de onderbuik. Dringen de bacteriën dieper het weefsel in, bijvoorbeeld richting de nieren, dan komen daar vaak koorts en misselijkheid bij. Vrouwen lopen meer risico op een infectie door hun kortere urinebuis, die dicht bij de darm uitkomt. Ook kwetsbare ouderen en mensen met een verblijfskatheter zijn vatbaar. Bij ouderen kan zelfs een delier ontstaan.
Wanneer is sprake van een terugkerende urineweginfectie (rUWI)?
Bij minimaal twee urineweginfecties in een half jaar, of drie in een jaar, spreek je van een recidiverende urineweginfectie (rUWI). Bij vrouwen ligt het risico hierop rond de 30%. Terugkerende infecties hebben veel impact, ook mentaal. Bovendien zijn er vaak herhaalde antibioticakuren nodig, wat een belasting is voor het microbioom.
De darm als bron: de darm-blaas-as
In 75 tot 95% van de gevallen is Escherichia coli de veroorzaker, vaak een uropathogene stam (UPEC). Deze darmbacterie verplaatst zich vanuit de darm via het perineum naar de urinewegen. UPEC hecht zich met kleine grijphaakjes (pili) aan de blaaswand en dringt de cellen binnen. Daar kan de bacterie slapende reservoirs vormen, onbereikbaar voor immuunsysteem en antibiotica, waardoor herinfecties kunnen ontstaan.
Recent onderzoek wijst op de darm als bron van terugkerende infecties. Deze verbinding heet de darm-blaas-as. Bij vrouwen met rUWI’s is het darmmicrobioom armer aan soorten en bevat het minder butyraatproducerende, ontstekingsremmende bacteriën. Opvallend is dat E. coli bij gezonde vrouwen net zo vaak van de darm naar de blaas gaat als bij vrouwen met rUWI’s. Toch krijgen gezonde vrouwen daar geen blaasontsteking van. Het verschil zit in hoe het immuunsysteem op de bacterie reageert. Bovendien blijft dezelfde UPEC-stam vaak tegelijk in darm en blaas aanwezig. Zo kan de infectie steeds terugkomen.
Urobioom en vaginaal microbioom
Urine is niet steriel. Het urobioom bevat onder meer lactobacillen, zoals Lactobacillus crispatus, die met melkzuur de groei van uropathogenen remmen. Bij een UWI nemen die lactobacillen af en krijgen ziekteverwekkers meer ruimte. Ook het vaginale microbioom telt mee. Minder beschermende lactobacillen in de vagina vergroten de kans op kolonisatie met UPEC. Na de menopauze daalt het oestrogeen, waardoor lactobacillen minder voedingsbodem hebben. Daarom hebben lokale oestrogenen een plek gekregen in de preventie van rUWI’s bij postmenopauzale vrouwen.
De keerzijde van antibiotica
Een antibioticakuur is de standaardbehandeling, met nitrofurantoïne als eerste keus. Bij rUWI’s wordt soms langdurig een lage dosis voorgeschreven. Dat heeft nadelen. Antibiotica verstoren het darm- en vaginale microbioom, wat het risico op een nieuwe infectie juist vergroot. Bij dagelijkse profylaxe gedurende een jaar kan de resistentie in het darmmicrobioom oplopen tot boven de 80%. De behoefte aan andere preventieve opties groeit dan ook.
Hoe kunnen probiotica helpen bij een urineweginfectie?
Probiotica zijn levende micro-organismen die, in voldoende hoeveelheden ingenomen, een gunstige invloed hebben op de gezondheid. Vooral lactobacillen zijn interessant. Ze produceren stoffen die pathogenen remmen en gaan aanhechting aan de blaaswand tegen. Ook concurreren ze om ruimte en voedingsstoffen en stimuleren ze het lokale immuunsysteem. Orale probiotica bereiken de blaas niet rechtstreeks. Ze kunnen wel het UPEC-reservoir in de darm beïnvloeden, net als kolonisatie van vagina en perineum.
Het onderzoek met probiotica is veelbelovend. Bij kinderen gaven probiotica in recente meta-analyses significant minder nieuwe infecties dan placebo. Bij postmenopauzale vrouwen waren lactobacillen even effectief tegen een urineweginfectie als het antibioticum trimethoprim-sulfamethoxazol. In de antibioticagroep steeg de resistentie van E. coli naar 80 tot 95%. In de probioticagroep trad geen resistentie op. Bij premenopauzale vrouwen lijkt vooral vaginale toediening effectief. Een systematische review uit 2026 vond met intravaginale L. crispatus 15% herhalende infecties, tegenover 27% bij placebo. De studies zijn nog wel klein. Ook voor cranberry, dat in de complementaire geneeskunde vaak wordt ingezet bij blaasontstekingen, is er bewijs. Volgens een Cochrane-review uit 2023 verlaagt cranberry waarschijnlijk het aantal urineweginfecties bij vrouwen met terugkerende infecties en bij kinderen. Bij ouderen en zwangeren werd geen voordeel gevonden.
Het effect is stamspecifiek
De NHG-Standaard concludeert dat probiotica geen effect lijken te hebben. Die conclusie rust op gepoolde uitkomsten van zeer uiteenlopende producten, ook producten waarvan geen effect te verwachten viel. Het effect van probiotica is namelijk stamspecifiek. Een algemene uitspraak over probiotica zegt dus weinig over een specifieke formulering. Dat is dan ook de gedachte achter indicatiespecifieke multispecies formuleringen, zoals Winclove Clear. De zeven stammen in deze formulering zijn Lactobacillus acidophilus W22, Levilactobacillus brevis W63, Lacticaseibacillus paracasei W56, Lactobacillus helveticus W74, Lactiplantibacillus pentosus W2 (KCA1), Lactiplantibacillus plantarum W21 en Ligilactobacillus salivarius W24. Ze zijn geselecteerd op eigenschappen die aansluiten bij de mechanismen hierboven. De formulering bevat ook cranberry en D-mannose. In een kleine Nederlandse pilotstudie onder 40 vrouwen met rUWI’s verbeterde de kwaliteit van leven ten opzichte van placebo. Grotere, gepubliceerde studies zijn nog nodig.
Wat betekent dit voor jouw praktijk?
Een terugkerende urineweginfectie meestal niet alleen een probleem van de blaas. Het helpt om:
• bij rUWI’s ook naar darm en vaginaal microbioom te kijken, zeker na herhaalde kuren of rond de menopauze;
• probiotica te overwegen als aanvullende, preventieve optie met weinig bijwerkingen en een laag risico op resistentie;
• te kiezen voor goed onderzochte, indicatiespecifieke formuleringen;
• transparant te zijn naar cliënten over wat het bewijs wel en nog niet laat zien.
Referenties
1. NHG-Standaard Urineweginfecties. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap; versie 1.1, juni 2025.
2. Terpstra N, Heins M, Weesie Y, et al. Zorg door de huisarts. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2024 en trendcijfers 2020-2024. Utrecht: Nivel; 2025.
3. Gupta K, Trautner BW. Diagnosis and management of recurrent urinary tract infections in non-pregnant women. BMJ. 2013;346:f3140.
4. Flores-Mireles AL, Walker JN, Caparon M, Hultgren SJ. Urinary tract infections: epidemiology, mechanisms of infection and treatment options. Nat Rev Microbiol. 2015;13(5):269-84.
5. Perez-Carrasco V, Soriano-Lerma A, Soriano M, et al. Urinary Microbiome: Yin and Yang of the Urinary Tract. Front Cell Infect Microbiol. 2021;11:617002.
6. Salazar AM, Neugent ML, De Nisco NJ, Zimmern PE. Gut-bladder axis enters the stage: implication for recurrent urinary tract infections. Cell Host Microbe. 2022;30(8):1066-1069.
7. Worby CJ, Schreiber HL, Straub TJ, et al. Longitudinal multi-omics analyses link gut microbiome dysbiosis with recurrent urinary tract infections in women. Nat Microbiol. 2022;7(5):630-9.
8. Choi J, Thänert R, Reske KA, et al. Gut microbiome correlates of recurrent urinary tract infection: a longitudinal, multi-center study. EClinicalMedicine. 2024;71:102490.
9. Vagios S, Hesham H, Mitchell C. Understanding the potential of lactobacilli in recurrent UTI prevention. Microb Pathog. 2020;148:104544.
10. Raz R, Stamm WE. A controlled trial of intravaginal estriol in postmenopausal women with recurrent urinary tract infections. N Engl J Med. 1993;329(11):753-756.
11. Meena J, Thomas CC, Kumar J, et al. Non-antibiotic interventions for prevention of urinary tract infections in children: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. Eur J Pediatr. 2021;180(12):3535-45.
12. Beerepoot MAJ, ter Riet G, Nys S, et al. Lactobacilli vs Antibiotics to Prevent Urinary Tract Infections: A Randomized, Double-blind, Noninferiority Trial in Postmenopausal Women. Arch Intern Med. 2012;172(9):704-12.
13. Gupta V, Mastromarino P, Garg R. Effectiveness of prophylactic oral and/or vaginal probiotic supplementation in the prevention of recurrent urinary tract infections: a randomized, double-blind, placebo-controlled trial. Clin Infect Dis. 2024;78(5):1154-1161.
14. Yauri-Idelfonso M, Picón-Rafaelo C, Rosales-Goñe P, et al. Probiotic prophylaxis in adult women with recurrent uncomplicated urinary tract infections: A systematic review of randomized controlled trials. J Glob Antimicrob Resist. 2026;50:122-129.
15. McFarland LV, Evans CT, Goldstein EJC. Strain-Specificity and Disease-Specificity of Probiotic Efficacy: A Systematic Review and Meta-Analysis. Front Med. 2018;5:124.
16. A randomized, placebo-controlled, phase-2A pilot study to evaluate the effects of a multi-species probiotic formulation on the quality of life of female recurrent urinary tract infection patients (PROTON). Studieregistratie CCMO NL64708.072.18, OMON NL-OMON25899.
Meer artikelen lezen?
Lees de nieuwste artikelen over het microbioom en probiotica.

29.10.2026
Urineweginfecties en het microbioom: de rol van darm, blaas en probiotica
Urineweginfecties behoren tot de meest voorkomende bacteriële infecties in Nederland. De oorsprong ligt vaak in de darm.

07.10.2026
De darm-hersen-as: hoe het microbioom invloed heeft op stemming, stress en breinfunctie
Waarom voelen we stress soms direct in onze buik? En waarom hebben mensen met prikkelbaredarmsyndroom vaker last van angst of depressieve klachten?

17.09.2026
Het microbioom als bondgenoot voor dagelijkse gezondheid
Gezond blijven draait om meer dan het voorkomen van ziekte. Je elke dag vitaal en fit voelen wordt steeds belangrijker gevonden.
